State of the Union – beleidsverklaring (16/11/2017)

Hieronder kunt u de integrale speech van gedeputeerde Guido Decorte lezen. De Powerpoint kunt u alsook in bijlage openen.

 

Geachte gouverneur,

Geachte leden van de Deputatie

Geachte voorzitster en leden van de Provincieraad

Geachte collega’s

Net zoals het de voorbije jaren rond deze tijd van het jaar het geval was, mag ik ook vandaag samen met mijn collega Carl Vereecke u het budget 2018 en volgende presenteren. In naam van de Deputatie leggen wij u hier samen een budget in evenwicht voor, ingebed in een sluitend meerjarenplan en geschoeid op de nieuwe leest van een hervormde en afgeslankte provincie.

Sta me toe om aan het begin van mijn betoog toch even een nadrukkelijk woord van dank uit te spreken. Dank aan de medewerkers in alle diensten en in het bijzonder de cel budget voor het vele werk dat de voorbije weken geleverd is aan het voorliggende budget. Het is opnieuw een heel werkstuk geworden waarin de verschillende beleidskeuzes duidelijk vertaald zijn.

Gedeputeerde Carl Vereecke zal u straks verder toelichten hoe de cijfers van het budget, het meerjarenplan en de provinciale fiscaliteit geïnterpreteerd kunnen worden. 

Ikzelf wil graag met u een aantal beleidsaccenten doornemen waarmee we het laatste jaar van deze legislatuur verder projecten willen realiseren.

 

Collega’s,

Vooraleer ik u echter ons gepland beleid voor 2018 toelicht, zou ik graag vooraf even stilstaan bij een fundamenteel vraagstuk over onze Provincie. 

Ik grijp hiervoor even naar een theorie geformuleerd door de marketingspecialist Simon Sinek, getiteld de Gouden Cirkel. Zijn theorie is als volgt:

  • Elke organisatie ter wereld weet perfect te omschrijven wat ze doet, welke diensten of producten ze aan hun klanten levert.
  • Een deel van al deze organisaties weet ook te vertellen hoe ze dit doet en hoe ze zich onderscheidt van andere instellingen en organisaties
  • Maar slechts een handvol organisaties weet echter ook waarom ze bestaan en wat hun unieke meerwaarde is.

Het is deze kleine groep van organisaties die weten WAAROM ze bestaan, die mensen inspireren, enthousiasmeren en activeren. 

Ik wil dit denkpatroon even toepassen op ons provinciaal bestuursniveau, gekaderd in de nieuwe bestuurlijke omgeving waarin we actief zullen zijn per 1 januari 2018. Over het “HOE” en het “WAT” wij als provincie allemaal doen, dat komt uitgebreid aan bod in het budget en het meerjarenplan. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de volgende namiddagen plenaire bespreking van het budget interessante visies en accenten zal opleveren die ons in de toekomst nog verder leiden in een goed provinciaal bestuur.

Ik zou graag met u even stilstaan bij de meer fundamentele vraag. Een vraag die ons allen raadsleden aanbelangt, en waarop elk van u een eigen geïnspireerd antwoord zal hebben. Ik ben er van overtuigd, sterker nog, ik nodig de verschillende fracties uit om in de slotrepliek naar deze vraag terug te grijpen en hierop een eigen antwoord uit te spreken. 

En deze fundamentele vraag is: “WAAROM EEN PROVINCIEBESTUUR?”

Wat is de relevantie van een bestuur op provinciaal niveau? Wat is de meerwaarde? Of anders geformuleerd: wat is de bestaansreden van ons provinciaal bestuur?

Historisch gezien behoren de provinciebesturen in oorsprong tot de oudste bestuursorganen van dit land. Ze klimmen zelf terug op in de tijd tot de Bourgondische periode. Wat hun taakstelling betreft, is er een rode draad te traceren waarin de provinciale besturen steeds instonden voor ondersteuning van de lokale besturen en het faciliteren van beleid opgelegd door de hogere overheid.

Maar, akkoord, deze korte historische duiding geeft geen antwoord op de eerder gestelde vraag. Daarom moeten we wat dieper graven, om tot een antwoord te komen op de “waarom”-vraag.

Collega’s, ik word ’s morgens altijd te vroeg wakker, een gewoonte die er op deze leeftijd niet meer uit gaat. En maar goed ook, want dat eerste half uurtje elke ochtend geeft me de kans om grondig na te denken. 

Zo was ik deze week aan het worstelen met de vraag. Waarom is er een provincie nodig? En plotseling was het antwoord me glashelder duidelijk.

De Provincie staat voor cohesie.

Cohesie lijkt een eerder vreemd begrip als het over besturen en beleid aan komt. Cohesie lijkt eerder zelfs een vreemd en onbekend begrip tout court. 

Aantrekkingskracht, zwaartekracht, … stuk voor stuk vormen van cohesie waar we dagelijks in leven – correctie die ons dagelijks leven vorm geven en beïnvloeden. Cohesie bepaalt onze leefwereld tot in de kleinste details, zonder dat we er ons bewust van zijn. Een kracht die we niet mogen verwaarlozen, en zo denk ik ook over onze provincie.

Doorheen haar bestaansgeschiedenis heeft de Provincie een carrière opgebouwd als facilitator en ondersteuner. De Provincie fungeerde als vangnet voor beleidsinitiatieven die het lokale niveau overstegen, maar was ook het medium om beleid van de hogere federale of regionale overheden door te vertalen naar het lokale niveau. De Provincie was de ontmoetingsplaats, het raakvlak waar lokale en regionale / federale bestuursdynamieken elkaar ontmoetten.

Soms zag men een provincie in een actieve rol als trekker van projecten, maar meermaals ook als geldschieter en financierder voor initiatieven van derden. De ene rol werd vaak meer geapprecieerd dan de andere, maar laat ons dit even terzijde houden.

Als we echter een algemene beschouwing maken van deze provinciale bestuursgeschiedenis, dan kan ik toch niet anders dan een centraal terugkerend motief ontwaren. Vanuit het provinciale bestuur is altijd gestreefd naar meer “samen”. 

Meer samenbrengen, samenwerken, verbinden. 

Als de provincie in haar lange bestaan iets heeft bewerkstelligd, dan is het samenhang, dan is het cohesie.

Als u het mij vraagt dan is dit streven naar samenhang of cohesie op vandaag meer dan ooit een actuele troef voor ons Provinciebestuur. Het is de reden, voor mij althans, waarom we als provincie nog een toekomst hebben. Laat me toe dit even wat van dichterbij toe te lichten.

Wanneer ik het bestuurlijke landschap anno 2017 bekijk, dan zie ik een speelveld waarop zich een breed en zeer fijn vertakt netwerk aan partners beweegt. Lokale besturen, middenveldorganisaties, intercommunales, Provinciale overheid, Vlaamse Overheid, federale overheid, Europa. Per beleidssector voegen we daar nog een groot aantal verenigingen en belangenorganisaties aan toe. 

Het totaalbeeld is een netwerk van ankerpunten waartussen zich verbindingen hebben gevormd die de doorstroom aan informatie, middelen of kortom beleid faciliteren. 

Het afslankingsproject dat de Vlaamse overheid heeft opgelegd en waarin wij als provincie West-Vlaanderen steevast loyaal en constructief hebben meegewerkt, resulteert in een realiteit waar volgens mijn bescheiden mening soms een gebrek aan cohesie dreigt te ontstaan.

Door de hervorming werd de rol van de Provincie uit het verfijnde  netwerk van samenwerking en samenhang chirurgisch weggesneden. Een zware operatie die, laat ons eerlijk zijn, nog niet volledig is afgelopen. We zijn misschien al uit het operatiekwartier ontslagen, maar de wonde moet nog helen en er volgt ongetwijfeld revalidatie. De Vlaamse chirurg mag dan al de zichtbare opsmuk tot een goed einde gebracht hebben, diep binnenin het bestuurlijke landschap is er nog een grote leegte die opgevuld en weggewerkt moet worden. 

Partners die binnen het netwerk van oudsher met de provincie in dialoog gingen, moeten een nieuwe gesprekspartner zoeken, in casu Vlaanderen of de lokale besturen. 

Het vacuüm dat ontstaat door het verwijderen van de Provincie in dit delicate evenwicht zorgt voor onzekerheid, aarzeling en onbeantwoorde vragen. Vragen die tot op heden vaak met stilte worden beantwoord – en dit is nefast voor het beleid, zeker voor de cohesie binnen het beleid. Het onzichtbare vacuüm dat de provincie achter laat op de persoonsgebonden beleidsdomeinen zal snel en adequaat aangepakt moeten worden, om niet in een pijnlijke ontsteking te ontaarden. 

Dames en heren, de opgelegde hervorming van ons provinciebestuur gaat op 1 januari 2018 definitief door. Maar het afslanken van de provincie is duidelijk een veel moeilijker taak gebleken dan aanvankelijk was aangenomen. Het heeft de Vlaamse overheid 3 jaar gekost om de persoonsgebonden bevoegdheden over te hevelen. Een proces dat niet van een leien dakje liep. 

Heeft de Vlaamse overheid zich verslikt in de Provinciale bevoegdheden? 

Heeft men het takenpakket en het werk van de Provincie onderschat?

Als u het mij vraagt – absoluut.

Maar dit is niet enkel de fout van de Vlaamse overheid. 

Veel burgers hebben geen besef wat een provincie zoal doet en hoe dit allemaal in zijn werk gaat. Blijkbaar leert de recente geschiedenis ons dat ook veel beleidsmakers op andere bestuursniveaus geen flauw idee hebben over het werk dat door het Provinciebestuur wordt verzet. Tot op heden een zeer uitgebreid en divers takenpakket, maar minder in het oog springend en minder zichtbaar. Veel werk achter de schermen dat nooit bij naam of toenaam wordt genoemd. Onbekend is onbemind – zo zegt men het wel eens. Ik kan alleen vaststellen dat dit ook voor de provinciale administratie en het provinciale bestuursniveau ook zo is gebleken de voorbije jaren. 

Beste collega’s, gedane zaken nemen geen keer en op beslist beleid komt men in deze niet terug. Waar het in de toekomst zal landen voor de persoonsgebonden bevoegdheden is nog niet volledig duidelijk, maar de tijd zal het ons leren. Ik wil hier wel benadrukken dat wij als provinciebestuur zullen blijven ijveren voor het belang van onze provincie en onze West-Vlaamse burgers. Waar het mogelijk is en waar dit geoorloofd is.

Maar terug naar de dingen die wel zeker zijn – een provincie anno 2018 met een duidelijke focus op grondgebonden bevoegdheden. Een provincie aan de vooravond van een transformatie, met een nieuw organisatiemodel en een nieuw bestuursprofiel. En ook daar kan ik het met u hebben over cohesie.

Als ik naar onze organisatie in verandering kijk, dan onderscheid ik duidelijk cohesie op 2 verschillende niveaus. 

  • Ik zie een duidelijk streven naar samenhang in onze rol als provincie met ons nieuw profiel als regiobestuur en kennispartner. 
  • Maar op een tweede niveau voel ik ook een drang naar coherent beleid wanneer we vaststellen hoe ons bestuur door middel van het project Horizon 2017 een nieuw organisatiemodel aanneemt. 

Laat me beide zaken wat nader toelichten.

Onze Provincie positioneert zich sinds een tweetal jaar als “regiobestuur” en “kennispartner”. Beide begrippen worden soms beschouwd als holle woorden. Ik wil benadrukken dat een Provincie als regiobestuur en kennispartner een Provincie is die op het terrein het verschil maakt. In de praktijk zien we onze medewerkers dag in dag uit projecten helpen opzetten, sturen en begeleiden, samen met Vlaamse en lokale ambtenaren. 

Onze Provincie bouwt hierdoor bruggen en versterkt de samenhang. En dit niet enkel door inzet van middelen of faciliteren van onderlinge contacten. Nee, meer en meer is het onze eigen expertise, het menselijke kapitaal van onze organisatie dat ons sterk in de markt zet. Onze ervaring en onze knowhow is steeds meer ons uniek verkoopargument – een argument dat zowel in Vlaanderen als binnen de gemeenten duidelijk geapprecieerd wordt.

We kiezen overtuigd om als Provincie een rol op te nemen als regiobestuur en kennispartner. We zetten ons met een open en onbevooroordeelde blik in het bestuurlijke landschap, klaar om een rol op te nemen waar dit kan en waar dit gevraagd of vereist is.

Ook ons eigen intern organisatiemodel getuigt van een zoektocht naar cohesie.

Als we als Provincie één iets constructiefs hebben gehaald uit het hele afslankingsproces, dan is het wel de transformatie die we aan onze eigen werking hebben opgelegd. Een transformatie die haar neerslag vond in drie kernprincipes die we als een mantra meedragen voor de toekomst, de grondvesten van ons nieuw organisatiemodel.

  1. Een eerste principe is de geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak. Onze Provincie kan zich beroepen op 20 jaar ervaring in deze methodiek. Ik ben er dan ook rotsvast van overtuigd dat de spirit van gebiedsgericht werken een bijzonder sterke troef is en zal blijven in de toekomst. Meer nog, we transformeren de principes en goede praktijken van 20 jaar dienst ‘Gebiedsgerichte Werking’ ook tot een organisatiemodel. De Gebiedsgerichte Werking werd hiertoe geïntegreerd binnen de dienst Griffie om van daaruit mee ingezet te worden om geïntegreerd samenwerken mee uit te dragen binnen de eigen organisatie.
  2. Een tweede principe is het samenwerken. Als Provincie willen we ons positioneren als een partner die graag samenwerkt met de andere bestuursniveaus. Niet alleen naar lokale besturen, maar ook naar Vlaanderen reiken we de hand, om samen West-Vlaanderen nog beter te besturen en uit te bouwen.
  3. Het derde principe is dat van een vernieuwende en ambitieuze organisatie. Als enige Provincie in Vlaanderen hebben we momenteel een duidelijk vernieuwingstraject opgezet. We gaan voor een vernieuwde Provincie in het belang van de West-Vlaming en het West-Vlaamse middenveld. We kiezen ervoor een flexibele organisatie te blijven, met oog voor de inbreng vanuit de regio’s, met oor naar nieuwe inzichten rond participatief besturen. Dit alles binnen de duidelijke opdracht van Vlaanderen om ons toe te leggen op de grondgebonden materie: provinciedomeinen, economie, landbouw, toerisme, waterbeleid… Het nieuwe organogram dat de provincieraad goedkeurde eind vorig jaar is daar het resultaat van. En dit nieuwe organogram werd in 2017 verder uitgewerkt. Met aangepaste verantwoordelijkheden en overlegfora.

Via het project Horizon 17 is daarom ook een transformatie van de werking van de provincie ingeleid. Een project met een traject om onze organisatie aan te passen op de nieuwe bestuursomgeving waarin we zullen functioneren. Maar evenzeer een grondige ingreep in het DNA van de werking van onze diensten.

Via strategische programma’s worden de grenzen tussen diensten uitgeveegd om tot een projectgerichte structuur te komen. Een werk van lange adem, maar de eerste stappen werden in 2017 alvast realiteit. 

Geachte raadsleden,

Ik zou tot slot nog even willen stilstaan bij een citaat van Ruud Lubbers, Nederlands econoom, politicus en voormalig premier van Nederland:

Als de samenhang in de politiek gaat ontbreken, komt het volk om.

Samenhang en cohesie zijn van cruciaal belang in een verhaal van besturen en beleid maken. Zonder samenhang worden middelen niet efficiënt aangewend, worden mensen en expertise in verspreide slagorde ontplooid. En in deze tijden van snelle flitsende digitale berichtgeving, live streams en tweets voedt een onsamenhangend beleid de negatieve perceptie rond besturen en politiek.

Beste raadsleden, wij moeten hier durven weerwerk bieden. Constructief weerwerk, door ons in te zetten voor een coherent beleid op vlak van de grondgebonden materie. 

Als u mij dus vraagt “Waarom een Provincie?” – dan antwoord ik dat een Provincie nodig is om voor de burger coherent beleid te maken. 

  • De Provincie zorgt voor een beleid door en voor West-Vlamingen. We kiezen er voor om op het terrein, in onze provincie, het verschil te maken. Omdat we er van overtuigd zijn dat de West-Vlamingen dit verdienen. We bouwen aan een goede veilige en kwaliteitsvolle leefomgeving in onze Provincie.
  • We voeren een beleid op provinciaal niveau omdat we geloven in deze schaalgrootte. Projecten en problemen uit tal van beleidsdomeinen zijn niet adequaat op te lossen op niveau van een lokaal bestuur. Anderzijds is er ook de vaststelling dat de bestuurlijke afstand tussen de Vlaamse administratie en de Vlaamse Overheid en de problemen op het terrein vaak te groot is, en moeilijk te overspannen. 

 

Dames en heren, voor mij, voor ons leden van de deputatie is het duidelijk: De Provincie is een noodzakelijke schakel om tot coherent beleid te komen.

Blikvangers beleid per gedeputeerde:

Dames en heren raadsleden, tijd om even het “WAT” en het “HOE” van ons provinciaal beleid van naderbij te bekijken. Ik wil dit doen aan de hand van een selectie van een zes-tal projecten waarin we als Provincie een duidelijk verschil willen maken in 2018.

 

1. Laatste jaar van de grote oorlogsherdenking.

Collega Myriam Vanlerberghe rolt voor 2018 een niet te onderschatten programma aan evenementen en herdenkingsinitiatieven uit om nog een laatste keer de oorlogsherdenking rond de eerste Wereldoorlog in de kijker te plaatsen. 

  • Het beeldjesproject ComingWorldRememberMe zal in 2018 zijn orgelpunt bereiken. Een grote landschapskunstinstallatie die wordt opgetrokken in het niemandsland ter hoogte van domein de Palingbeek brengt de 600.000 beeldjes uit het project samen in 1 installatie. 
  • Daarnaast organiseert de Provincie ook het Waterfront. In analogie van het Lichtfront, het Woordfront en het Kraterfront een participatief project waar mensen samen op ene eigentijdse wijze hommage brengen aan de vele oorlogsslachtoffers en de gebeurtenissen van een eeuw geleden. Het Waterfront zal plaats vinden op vrijdag 29 juni, over een afstand van 21 kilometer van de havengeul in Zeebrugge tot de havengeul in Oostende, en wordt de opener van de editie 2018 van GoneWest: ongeveer 3.000 bootjes waar participanten ‘boot’-schappen op neerpennen zullen de waterlijn sieren. 
  • Op 25 augustus 2018 zal een internationale vredeshappening worden georganiseerd op de grote markt van Ieper als sluitstuk van GoneWest. De vredeshappening zal gecureerd worden door Wim Opbrouck en zal tal van gasten uit binnen-en buitenland verenigen.
  • Sinds 2015 kunnen scholen een subsidie krijgen voor hun uitstap naar een herinneringsplaats. Mede dankzij deze subsidies brachten bijna 25.000 leerlingen een bezoek aan een herinneringsplaats in de provincie West-Vlaanderen. Ook in 2018 blijft de Provincie zich inzetten om kinderen en jongeren de WOI-geschiedenis bij te brengen door dergelijke bezoeken financieel haalbaarder te maken voor de scholen.

 

2. Doordachte ruimtelijke planning en duurzame mobiliteit

Collega Franky De Block werkt in 2018 samen met de dienst Ruimtelijke Planning verder aan de uitrol van de bevindingen die uit het project “Plaatsbepalers” werden gedestilleerd.

Binnen het project ‘Plaatsbepalers’ hebben een 20-tal burgers in 5 regiogroepen nagedacht over de ruimtelijke toekomst in hun regio. 

  • Eén van de aandachtspunten was het voorzien van fietssnelwegen als alternatief voor de wagen en het openbaar vervoer. In 2018 wil men onderzoeken of een PRUP voor een fietssnelweg tussen Bredene en Zeebrugge mogelijk is..
  • Een ander visie-element vanuit de Plaatsbepalers is het werken aan inbreiding en verdichting. De Provincie wil, samen met de kustgemeenten en het Vlaamse gewest, voor bepaalde deelgebieden hierover ontwerpend onderzoek verrichten. In 2018 wordt dit opgestart voor de eerste lijnbebouwing aan de zeedijk in Blankenberge en voor de badplaats Westende.

Vlaanderen is bezig met de opmaak van een beleidsplan Ruimte Vlaanderen, ter vervanging van het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. De Provincie zal het Provinciaal Ruimtelijk StructuurPlan niet meer herzien, maar zich voorbereiden op een eigen beleidsplan ‘Ruimte West-Vlaanderen’. De inbreng van de Plaatsbepalers zal hierbij verder gebruikt worden.

Op vlak van Mobiliteit zet de Provincie verder in op de fiets als duurzaam transportmiddel. over korte en middellange afstanden en speelt daarbij in op nieuwe tendensen zoals de elektrische fiets en de speed-pedelec. In 2018 zijn middelen voorzien voor de afwerking van verschillende fietsinfrastructuurprojecten in Ruiselede, Oostende, Poperinge, Ieper, Beernem en Vleteren. Er worden ook nog nieuwe infrastructuurprojecten ingeleid, zoals te Roeselare, Hooglede, Torhout, Zedelgem en Zwevegem.

Gezien het aantal projecten dat de Provincie met de gemeenten in voorbereiding heeft, rekent de Provincie voor de komende jaren op een gelijkaardig investeringsritme.

Naast een beter aanbod, wordt er ook gewerkt aan de vraagzijde met de campagne ‘De testkaravaan komt eraan!’ waarbij werknemers gratis 2 weken lang een duurzaam vervoermiddel kunnen uitproberen. Daarnaast is er met ‘De testkaravaan komt naar jouw gemeente!’ nu ook een versie voor gemeenten.

 

3. Innovatie in land- en tuinbouw

Collega Bart Naeyaert bouwt de duurzame en innoverende land- en tuinbouwsector verder uit in 2018

  • De impact van de klimaatwijziging verplicht tot het uitwerken van nieuwe maatregelen met betrekking tot waterbeheer. In 2016-2017 heeft Inagro diverse projecten opgestart gericht enerzijds op het inzetten van private bekkens bij landbouwers als waterbufferende elementen in het landbouwlandschap en anderzijds op het inzetten van alternatieve waterbronnen in de land- en tuinbouw. De valorisatie van gezuiverd afvalwater via een hydrantennetwerk is hierbij een belangrijk pilootproject. De eerste fase van het hydrantennetwerk moet gebruiksklaar zijn tegen het seizoen van 2018. 
  • Via smartfarming en precisielandbouw wordt de inzetbaarheid van sensoren vanop verschillende platformen (tractor, drone, vliegtuig, satelliet) voor het observeren en het sturen van de teelten onderzocht. Dit voor toepassingen zowel in het landbouwonderzoek als in de landbouwpraktijk. Hiervoor worden ook laagdrempelige diensten ontwikkeld richting land- en tuinbouwers. Anderzijds zet Inagro via het Agreon-netwerk sterk in op de ondersteuning van de West-Vlaamse constructeurs van landbouwmachines om de nieuwe mogelijkheden inzake mechanisatie, robotisatie en automatisatie toekomstgericht in te bouwen in hun producten. 
  • Ook op het vlak van infrastructuur blijft Inagro in volle ontwikkeling. In 2018 start Inagro na een lange en intense voorbereidingsfase met de bouw van de dakserre op de site van de REO-veiling. De kostprijs wordt geraamd op 11,24 miljoen euro. De financiering gebeurt met Europese, Vlaamse en provinciale middelen, met een medefinanciering van REO-veiling. Er worden diverse projecten ontwikkeld om onderzoek op te starten rond de ontwikkeling van hoogtechnologische stadslandbouwtechnieken in de dakserre, onder andere op vlak van meerlagenteelt, hydroteelt en sluiten van kringlopen. 

4. Economische impuls voor de Westhoek

West Deal – het strategisch plan gericht op de economische transformatie van West-Vlaanderen – draait op volle toeren. Hetzelfde kan gezegd worden van de Europese programma’s: er wordt geïnvesteerd in infrastructuur en tal van projecten, o.m. in samenwerking met de bedrijfswereld en het hoger onderwijs. Nu is Westhoek aan de beurt met het vernieuwde Westhoek Impulsplan. Collega Jean de Bethune legt hiervoor in 2018 een focus op 3 transversale werkpunten met als werkgebied de hele Westhoek.

  • De Westhoek moet een volwaardige plaats in het industriële economische weefsel behouden. Hiervoor worden verschillende deelacties voorzien, zoals een onderzoek naar de  toebedeling van bedrijventerreinen, de activering van de bestaande starterscentra en een vernieuwend peterschapsproject, dat startende en gevestigde bedrijven in de Westhoek samenbrengt.  Aanvullend zal worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn op vlak van disruptieve niche-ontwikkelingen, schaalvergroting en automatisering in de landbouw, bv. op het vlak van bio-landbouw, wijnbouw, soja, hoppe en hoppescheuten. Daarnaast wordt ingezet op een ondersteunings- en innovatietraject omtrent vernieuwende ‘niche’ productontwikkeling in de voedingsindustrie.
  • De grensoverschrijdende samenwerking richting Noord-Frankrijk blijft cruciaal voor de ontsluiting van de Westhoek. Daarnaast zal ook het overleg met de hogescholen opgestart worden, om hun rol te definiëren in een toekomstige kennisontsluiting van de Westhoek. Meest concrete actiepunt vormt de toekomstige mobiliteit in de Westhoek. Een pilootproject van onbemande duwvaart focust op goederenstromen. Tenslotte wordt onderzocht of een proefproject omtrent onbemand waterstof gedreven busvervoer kan worden geambieerd.
  • Naast de thematische uitdieping  van de bestaande campagne ‘De Nieuwe Wereld’, zet de Provincie ook in op de Westhoek als het kloppende hart van 100% West-Vlaams streek- en hoeveproducten. De regiomarketingcampagne wordt aangevuld met een bijkomende thematische gemeenschappelijke campagne voor de regio als globale beleving na de grote oorlog campagnes i.s.m. Westtoer. Daarbij worden toeristische aanbieders in de regio ondersteund in innovatie en professionalisering

 

5. Investeren in onderwijs en opleiding

Collega Carl Vereecke zet de huidige nichegerichte technische opleidingen verder op de campus Tuinbouw aan de Condédreef en de campus Techniek en Design aan de Karel de Goedelaan. In 2018 zal de hoeve op ’t Ei in Kortrijk, die werd aangekocht, worden ingericht. Op de hoeve kunnen dieren gestald worden in het kader van de opleiding dierenzorg.

Binnen het provinciaal flankerend onderwijs zet de Provincie in op STE(A)M (Science, Technology, Engeneering, Mathematics) om een grotere instroom van leerlingen binnen kwalitatieve STE(A)M-opleidingen te realiseren en zo tegemoet te komen aan het tekort aan arbeidskrachten binnen de technische profielen. De Provincie doet dit onder andere via het provinciaal reglement voor flankerend onderwijs. Ook projecten die werken aan de bevordering van de gekwalificeerde uitstroom en de link onderwijs-arbeidsmarkt binnen andere thema’s kunnen binnen dit reglement aan bod komen.

In samenwerking met het RTC West-Vlaanderen, de POM West-Vlaanderen en de sectoren Tofam (metaal), Cobot (textiel en flexibele materialen), Covalent (chemie - kunststoffen & life sciences) en VOLTA (elektriciteit) zal de Provincie West-Vlaanderen het project ‘Technoboost’ uitwerken. Met Technoboost willen ze gezamenlijke acties opzetten om het tekort aan leerlingen in het technisch onderwijs en aan technisch geschoold personeel in bedrijven aan te pakken, meer specfifiek binnen het studiegebied elektriciteit-mechanica.

In 2018 wordt er naast de verdere uitbouw van de werking van het Platform Volwassenenonderwijs ook verder gewerkt aan de ontwikkeling van een breder Forum Volwasseneneducatie. In dit verband zal de Provincie onder andere een jaaropening en een colloquium organiseren.

Tenslotte wordt het project ‘Open Leren achter tralies’ (OLAT) in 2018 verdergezet. Via dit project krijgen gevangenen een opleiding zodat hun kansen op tewerkstelling en re-integratie groeien eenmaal ze terug in de maatschappij komen.

 

6. Investeren in groene leefomgeving

Binnen mijn eigen bevoegdheden wordt in 2018 verder gefocust op het investeren in een groene en gezonde leefomgeving.

  • De subsidiemaatregel ‘Natuur op School’ (tot 5.000 euro per school) is gebaseerd op de overtuiging dat “outdoor education”, te beginnen met interne schoolomgeving, een basisvoorwaarde is om het draagvlak voor natuur bij de toekomstige generaties te versterken. Daarnaast biedt meer groen op school kansen op natuurontwikkeling, educatieve valorisatie, verhoging van het welzijn, enz. Omdat de vraag naar deze inhoudelijke en financiële ondersteuning groeit, werd het budget hiervoor in 2018 verhoogd.
  • Met het oog op de inrichting van een nieuw bezoekerscentrum in Midden-West-Vlaanderen, wordt in 2018 een visie en een programma van bouwopdracht uitgewerkt. De opdracht moet in een wedstrijdformule door ontwerpbureaus verder creatief uitgewerkt worden. De realisatie van het nieuwe centrum wordt verwacht in 2019.
  • Ook aan het Provinciedomein IJzerboomgaard (Diksmuide) wordt verder gewerkt. In 2018 streeft de Provincie naar de afwerking van het nieuw provinciedomein, een nieuwe recreatief domein van ongeveer 20 hectare.

Het nieuwe domein zal 2 grote elementen omvatten: het provinciedomein met recreatie- en speelzone en de gerenoveerde hoeve. Het einde van de renovatiewerken is voorzien voor eind 2018. De uitbouw van een fietscafé voor de bezoekers en de voorbijgangers moet resulteren in een ontmoetingsplaats waar recreanten een aangename rustplek vinden middenin het knooppunt van de verschillende fietsroutes in de regio. Gekoppeld aan het fietscafé realiseren we een polyvalente ruimte. Deze ruimte kan gebruikt kunnen worden door organisaties, scholen en verenigingen.

Beste raadsleden, u hoorde het daarnet en u zal het ook zien in het voorliggende budget. Als Provinciebestuur kiezen we voor de vaart vooruit, de handen uit de mouwen. We sluiten de rangen en nemen onze verantwoordelijkheid op voor wat betreft het beleid dat we in de toekomst zelf vorm mogen geven. Beleid gebonden aan de grond, met de voetjes op de grond.

Cohesie en samenhang zijn daarbij een leitmotiv. Een beleid dat we uitrollen voor onze burgers, ten dienste van de lokale besturen. En dit als een Provincie die zich als een partner tussen de andere belanghebbenden zet. Een Provincie als kennis- en expertiseparter.

Dames en heren, hiervan ben ik een “believer”, hiervan ben ik rotsvast overtuigd. 

Maar mijn overtuiging staat in schril contrast met wat ik lees in het NV-A krantje uit Brugge, oktober 2017, pagina 2 onderaan.  Daarin stelt een provincieraadslid vast dat de provincieraad een overbodige instelling is en dat de provincie beter afgeschaft kan worden. 

Beste fractieleiders, ik kom daarmee terug op mijn vraag van bij het begin van deze beleidsverklaring. Ik kijk nu al reikhalzend uit naar de antwoorden die de respectievelijke fracties hier op formuleren. 

Ik roep tenslotte iedereen hier op om het provinciaal beleid uit te dragen en zichtbaar te maken. Haal onze provincie die hard werkt uit de obscure schemerzone van het bestuurlijke landschap. 

Geef ruchtbaarheid aan ons vele werk, en samen kunnen we met de Provincie de verbindende schakel betekenen in een coherent beleid voor onze burgers.

 

Meer samenbrengen, samenwerken, verbinden.

                   Meer zuurstof en cohesie

Daarom is er een Provincie West-Vlaanderen nodig

Documenten
Afbeeldingen
State of the Union – beleidsverklaring (16/11/2017)
State of the Union – beleidsverklaring (16/11/2017)